Wensen en beden­kingen Regionale Energie Strategie


25 september 2020

1. Meer aandacht voor besparing

In deze concept RES wordt energiebesparing nauwelijks als deeloplossing genoemd. Een enkele keer wordt het aangehaald, maar nergens wordt er dieper op ingegaan. Waar bijvoorbeeld bij brandstoffen al concrete keuzes gemaakt lijken te zijn en de zoekgebieden voor windmolens en PV-velden al gedefinieerd worden in deze RES, staat er over de uitvoering van energiebesparing niets. Geen ambitie, geen plan van aanpak. Sterker nog, op de plekken waar er wel dieper op ingegaan wordt, lijkt het zelfs ontmoedigd te worden, in het bijzonder:

18 deel A: "Aandacht is nodig voor de effecten van verbeteren van woningisolatie in relatie tot ventilatie. In potentie een negatief effect op de gezondheid van de bewoners.
32 deel B: "Er zitten grenzen aan het verbeteren van de energie-efficiëntie: een woning maximaal isoleren is weliswaar energie-efficiënt, maar dit leidt niet altijd tot een evenredige verlaging van de energiekosten. Soms is het verstandiger om tot een zeker niveau te isoleren, en niet verder. Want het uiteindelijke doel is niet alleen een duurzaam, maar ook een betrouwbaar en betaalbaar energievoorziening."

Onze fractie wenst meer (positieve) aandacht voor energiebesparing in de RES en een concreet plan van aanpak om deze besparing te realiseren in alle velden (woningen, industrie, glastuinbouw, transport, etc.).

2. Lange termijnvisie

Waar enerzijds (terecht) gewaarschuwd wordt om niet te investeringen in technologie die op lange termijn niet wenselijk is, waar het waterstofgas betreft, lijkt men dit argument vergeten als het gaat over regionale energierotondes. Bij de dimensionering en business case gaat men uit van restwarmtestromen die gebaseerd zijn op een veelal op fossiele brandstoffen gebaseerde industrie en het verbranden van afval. Twee bedrijfstakken die binnen enkele decennia totaal omgevormd zullen zijn, waarbij de hoeveelheid restwarmte naar verwachting ook sterk zal zijn gereduceerd. De lange termijnvisie voor deze investering ontbreekt, terwijl de hele warmtestrategie eraan opgehangen wordt. Een 'lock-in' situatie waarbij we onnodig lang afhankelijk blijven van fossiele industrie en afvalverbranding dreigt hier. Het is wat onze fractie betreft noodzakelijk om deze keuze in de RES opnieuw tegen het licht te houden en op zijn haalbaarheid op de lange termijn te toetsen. In het bijzonder vragen wij hierbij aandacht voor (het tegengaan van) voorgenoemde lock-in situatie.

Ook de nadrukkelijke keuze voor biogas en 'blauwe' waterstof is onverstandig met het oog op de lange termijn. Biogas is schaars en beter (hoogwaardiger) inzetbaar als chemische bouwsteen dan als brandstof. Blauwe waterstof is gebaseerd op fossiele brandstof en daarmee per definitie niet houdbaar op de lange termijn. Daarbij komen nog de problematiek en risico's van CO2 opslag. Ook hier speelt het risico te lang te blijven hangen in een tijdelijke oplossing. Volledige inzet op duurzame elektriciteit lijkt onze fractie een veel betere investering dan inzet op deze twee tijdelijke brandstoffen.

3. Overige bedenkingen

• De term 'pijplijn projecten' voor alle projecten die al gepland staan, is wat onhandig, want kan verward worden met letterlijke aanleg van pijpen.
• Is er voldoende rekening gehouden met het niet gebruik kunnen maken van de SDE+ regeling in de business case? Deze subsidieregeling kent vaak een loting.
• Hoewel in de RES onderkend wordt dat participatie belangrijk is, hebben ons toch al van verschillende kanten klachten bereikt dat organisaties zich gepasseerd/niet gehoord voelen. Graag meer aandacht en een concreter plan hiervoor.

Vriendelijke groet,

Annemieke Hulsbergen
Partij voor de Dieren