Tech­nische vragen Jaar­stukken 2020


Indiendatum: 2 jul. 2020

Pag.7: Is er onderzocht of het grondbedrijf in aanmerking komt voor fiscale investeringsregelingen? Naast de lasten (VpB) ook de lusten (bv. EIA)? Zo ja, wat waren daarvan de uitkomsten?

Pag.11: Startnotitie woonvisie: In 2020 wordt het ontwerp van de woonvisie ter inzage gelegd en vervolgens ter vaststelling aan de raad aangeboden. Het resterende bedrag (23k) kan hiervoor worden aangewend. Welke kosten worden dan nog verwacht die met dit bedrag gedekt kunnen worden?

Pag.12: Voorgesteld wordt om een bedrag van € 136.415 toe te voegen aan
de reserve Bedrijfsvoering; waarvoor is dit geld nodig (is dat alleen voor de stijgende licentiekosten waaraan gerefereerd wordt)?

Pag.12: Waarvoor zal de Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie (DPRA) voucher
worden ingezet (dit betreft gezamenlijke gelden van de gemeenten die deelnemen aan het samenwerkingsverband Netwerk Afvalwaterketen Delfland: NAD)?

Pag.51: Er staat: ‘…is er aandacht voor onderzoek en monitoring’. Vorig jaar is
door het college aangegeven dat zou worden onderzocht hoe de voortgang op het gebied van de verbetering van de biodiversiteit ook cijfermatig in de P&C cyclus kan worden gerapporteerd. Hiervoor zou een inventarisatie van bestaande meetdata uitgevoerd worden en zouden relevante cijfers opgenomen worden, analoog aan hoe dat bij andere onderwerpen gedaan wordt. Waarom is dit nog niet gedaan in deze jaarrekening? Wanneer kunnen we het wel verwachten?

Pag.55: Van de samenwerkingsverbanden Netwerk Schoon en gezond water
en CoP Klimaat Zuidelijke Randstad is het beschikbaar budget van € 60.000 niet uitgegeven. Waarom is dat niet uitgegeven?

Pag.109: Investeringspost ‘Nader uit te splitsen uren’: Graag ontvangen we
een toelichting wat dit precies is?

Pag.113: Er staat: ‘In 2019 zijn de kosten op taakveld overhead per saldo
€ 13,1 mln. Ten opzichte van het begrote budget van € 12,4 mln. is dit een overschrijding van € 678.000.’ Wat is de reden voor deze overschrijding?

Pag.131: Hebben wij stille reserves? Zo ja, welke en om welk bedrag gaat het
hier?

Pag.131: Hoe hoog is onze onbenutte belastingcapaciteit kwantitatief?

Pag.135: Eerste grafiek: Waarom schiet het percentage van de belastingcapaciteit opeens omhoog vanaf 2020?

Pag.171: Er staat: ‘Tevens wordt hierin een classificatie van de mate van
invloed gegeven (hoog, middel of laag).’ De classificatie mate van invloed ontbreekt echter in de tabel. In het verleden zat deze er wel bij en bood ons waardevol inzicht. Kan deze classificatie volgende keer weer worden aangegeven?

Indiendatum: 2 jul. 2020
Antwoorddatum: 2 jul. 2020

Pag.7: Is er onderzocht of het grondbedrijf in aanmerking komt voor fiscale investeringsregelingen? Naast de lasten (VpB) ook de lusten (bv. EIA)? Zo ja, wat waren daarvan de uitkomsten?

Nee, de gemeente komt niet in aanmerking voor fiscale investeringsregelingen.

Pag.11: Startnotitie woonvisie: In 2020 wordt het ontwerp van de woonvisie ter inzage gelegd en vervolgens ter vaststelling aan de raad aangeboden. Het resterende bedrag (23k) kan hiervoor worden aangewend. Welke kosten worden dan nog verwacht die met dit bedrag gedekt kunnen worden?

Dit bedrag is gereserveerd voor mogelijk aanvullende onderzoeken ten behoeve van de woonvisie of het nader invullen van de woonagenda. Denk hierbij aan een verdiepend onderzoek naar de woningbehoefte van senioren of het opstellen van een checklist ten behoeve van nieuwe ontwikkelingen.

Pag.12: Voorgesteld wordt om een bedrag van € 136.415 toe te voegen aan de reserve Bedrijfsvoering; waarvoor is dit geld nodig (is dat alleen voor de stijgende licentiekosten waaraan gerefereerd wordt)?

Dit bedrag heeft geen relatie met de licentiekosten. Deze reserve wordt gevormd door een beperkt deel van het overschot op personeelsbudgetten. De onttrekkingen aan de reserve zijn eveneens personeel gerelateerde uitgaven. Voorbeelden zijn: implementatiekosten Omgevingswet, vorming reserve modernisering gemeentekantoor enz.

Pag.12: Waarvoor zal de Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie (DPRA) voucher worden ingezet (dit betreft gezamenlijke gelden van de gemeenten die deelnemen aan het samenwerkingsverband Netwerk Afvalwaterketen Delfland: NAD)?

De Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie (DPRA) voucher wordt ingezet voor het uitvoeren, in regionaal NAD-verband, van klimaatstresstesten op de onderwerpen, droogte, hitte en wateroverlast.

Pag.51: Er staat: ‘…is er aandacht voor onderzoek en monitoring’. Vorig jaar is door het college aangegeven dat zou worden onderzocht hoe de voortgang op het gebied van de verbetering van de biodiversiteit ook cijfermatig in de P&C cyclus kan worden gerapporteerd. Hiervoor zou een inventarisatie van bestaande meetdata uitgevoerd worden en zouden relevante cijfers opgenomen worden, analoog aan hoe dat bij andere onderwerpen gedaan wordt. Waarom is dit nog niet gedaan in deze jaarrekening? Wanneer kunnen we het wel verwachten?

De monitoring en de rapportage over ecologie en biodiversiteit vindt plaats bij de actualisatie van de betreffende beheer- en beleidsplannen, zoals bij de actualisatie van het beheerplan openbaar groen en Natuur op de Kaart. Verder kan voor gebieden die een specifieke natuurdoelstelling hebben ook op gebiedsniveau worden gemonitord in hoeverre de voor dat gebied gestelde doelen worden bereikt. Hierover ontvangt de raad bijvoorbeeld jaarlijks een rapportage over De Groenzoom.

Pag.55: Van de samenwerkingsverbanden Netwerk Schoon en gezond water en CoP Klimaat Zuidelijke Randstad is het beschikbaar budget van € 60.000 niet uitgegeven. Waarom is dat niet uitgegeven?

De netwerken “Schoon en gezond water” en “Cop Klimaat Zuidelijke Randstad” zijn de budgethouder en bepalen gezamenlijk waar het geld aan wordt besteed. De gemeente voert de financiële administratie voor deze netwerken en heeft geen zeggenschap over de inzet van de gelden. De netwerken leggen financiële verantwoording af aan de bestuurlijke Watertafel.

Pag.109: Investeringspost ‘Nader uit te splitsen uren’: Graag ontvangen we een toelichting wat dit precies is?

Bij het opstellen van de begroting worden de uren x tarief die besteed worden aan investeringen op één centrale post begroot. De daadwerkelijk besteding van deze uren x tarief komen wel op de desbetreffende investering te staan.

Pag.113: Er staat: ‘In 2019 zijn de kosten op taakveld overhead per saldo € 13,1 mln. Ten opzichte van het begrote budget van € 12,4 mln. is dit een overschrijding van € 678.000.’ Wat is de reden voor deze overschrijding?

De overhead die uiteindelijk ten laste wordt gebracht van taakveld ‘040 Overhead’ hangt af van twee factoren. De eerste is het saldo tussen baten en lasten (totale volume) en de tweede de verdeling van de overhead. De overhead wordt verdeeld op basis van daadwerkelijk geschreven uren over investeringen, voorzieningen, grondexploitaties en de reguliere exploitatie (taakveld 040). Het totale volume wijkt niet veel af van het begrote bedrag, maar de
toerekening aan de reguliere exploitatie neemt toe omdat het aandeel daadwerkelijk geschreven uren op zowel de investeringen, voorzieningen en grondexploitaties afneemt. Het gevolg is een hogere toerekening aan taakveld 040.

Pag.131: Hebben wij stille reserves? Zo ja, welke en om welk bedrag gaat het hier?

Onder stille reserves wordt verstaan activa (bezittingen) die een hogere waarde hebben dan vermeld op de balans. In die zin zijn er stille reserves, maar de hoogte daarvan wordt niet geïnventariseerd aangezien op basis van wettelijke voorschriften we hogere boekwaarden niet mogen activeren.

Pag.131: Hoe hoog is onze onbenutte belastingcapaciteit kwantitatief?

De onbenutte belastingcapaciteit bestaat uit de extra ruimte die de gemeente heeft om, met inachtneming van de wetgeving, maximale inkomsten te genereren uit de gemeentelijke heffingen. Bij de gemeente Pijnacker-Nootdorp zit deze ruimte in de belastingen en met name in de onroerendezaakbelastingen (OZB). Voor de berekening van de onbenutte belastingcapaciteit op de OZB wordt uitgegaan van de ruimte tussen de eigen OZB-tarieven en het redelijk peil van de OZB dat wordt vastgesteld in het kader van artikel 12 Financiële verhoudingswet (de artikel 12-norm). De door het Rijk vastgestelde artikel 12-norm voor 2019 is 0,1905%. Het gemiddelde OZB-tarief 2019 van Pijnacker-Nootdorp is 0,1180%, wat betekent dat de OZB-opbrengst afgerond € 6 mln. lager ligt ten opzichte van de art.12 norm.

Pag.135: Eerste grafiek: Waarom schiet het percentage van de belastingcapaciteit opeens omhoog vanaf 2020?

In de meerjarenbegroting wordt stelselmatig met hogere “Totale woonlasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-Waarde” gerekend dan bij de jaarrekening het geval is. De realisatie is steeds lager dan vooraf meerjarig begroot. In de tabel wordt de belastingcapaciteit t/m 2019 gebaseerd op basis van gerealiseerde cijfers en vanaf 2020 op basis van de begrote cijfers.

Pag.171: Er staat: ‘Tevens wordt hierin een classificatie van de mate van invloed gegeven (hoog, middel of laag).’ De classificatie mate van invloed ontbreekt echter in de tabel. In het verleden zat deze er wel bij en bood ons waardevol inzicht. Kan deze classificatie volgende keer weer worden aangegeven?

Nee, vanaf de jaarstukken 2018 wordt deze classificatie van ‘de mate van invloed’ niet meer opgenomen. Het enkel benoemen van de classificatie ‘’hoog, laag, middel’’ geeft geen gedegen weergave van de context. Alle vastgestelde beleidskaders zijn terug te vinden op de website van de gemeente.