Vervolg­vragen vergun­ning­ver­lening biomas­sa­cen­trale Pijnacker


Indiendatum: mei 2018

Toelichting

Naar aanleiding van de antwoorden op eerdere vragen, nadere informatieverstrekking en bespreking in de Raad op 24 mei 2018, leggen de fracties van Gemeentebelangen en de Partij voor de Dieren de volgende vervolgvragen ter beantwoording aan u voor.

Vragen

1. Hoe beoordeelt het college wat de maatschappelijke impact van een collegebesluit kan zijn en hoe wordt dit (vooraf) gecommuniceerd?

2. Gaat het college z.s.m. adequaat beleid ontwikkelen om te voorkomen dat biomassacentrales, waaronder houtstookovens, zich kunnen vestigen in onze gemeente? Zo nee, waarom niet? Zo ja, wanneer komt het voorstel naar de raad?

3. Waarom is het Milieuplatform niet om advies gevraagd tijdens de procedure van de vergunningsaanvraag?

4. Waarom heeft het college het advies van de Omgevingsdienst Haaglanden niet gevolgd om ingevolge milieucategorie 3.2 de volgende afstanden (gemeten van de perceelgrens van de inrichting tot aan de gevel van een woning) aan te houden: voor geur 50 meter en voor geluid 100 meter?

5. Is berekend welke invloed de komst van de biomassacentrale heeft op de luchtkwaliteit in onze gemeente? Zo ja, wat zijn de uitkomsten van die berekening? Zo nee, waarom niet?

6. Hoe is de vergunningverlening beoordeeld, gelet op de doelstellingen van het Nationaal Samenwerkingsverband Luchtkwaliteit, waarbij ook de gemeente inspanningen moet leveren op het gebied van luchtkwaliteit?

7. Heeft het college vanuit een breder perspectief gekeken naar de aanvraag voor de biomassacentrale en de bredere impact ervan? Zo ja, op welke wijze en zo nee, waarom niet?

8. Wat is uw reactie op de Achtste Voortgangrapportage luchtkwaliteit van de provincie Zuid-Holland ten aanzien van biomassa in Zuid-Holland?

9. Het provinciebestuur heeft in antwoord op vragen van de Partij voor de Dieren geantwoord het niet wenselijk te vinden dat er in het kader van de energietransitie wordt overgegaan op biomassa (waaronder hout) stook; vooral bij cumulatie van biomassa verbrandingsinstallaties zou dit tot overschrijdingen van de luchtkwaliteitsnormen kunnen leiden. Biomassa WKK’s, maar ook de

biomassa stook bij de industrie kunnen zo wel zorgen voor een dikkere fijnstofdeken en hogere stikstofdepositie over Zuid-Holland en op deze manier neemt ook de kans op wintersmog weer toe. Het provinciebestuur kan echter nu nog niet op basis van de huidige milieuwetgeving tegenhouden dat een tuinder een aanvraag indient voor een biomassa stookinstallatie, maar zal wel met gemeenten, met de sector en met het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat in gesprek gaan om deze ontwikkeling te keren. Wat vindt het college van dit standpunt?

10. Is er inmiddels contact geweest met de provincie over de biomassacentrale en zo ja wat is er besproken en afgesproken? Zo nee, waarom niet?

11. Wat is uw reactie op de Verkenning Brede Welvaart 2018 t.a.v. biomassa?

12. Het ministerie van I&M heeft samen met provincie Zuid-Holland en betreffende gemeenten onderzocht hoe tuinders kunnen voorsorteren op de regels die per 2019 gaan gelden. Er is niet gekozen voor subsidie, maar voor goede voorlichting en handhaving. In hoeverre past de biomassacentrale gezien de strengere regels qua emissie binnen deze nieuwe regels?

13. In de bouwtekening van Architectenbureau Oosterlaan3, behorend bij de aanvraag, is de afstand van de perceelgrens tot aan twee woningen (Blokweg 1 en Blokweg 5) minder dan 50 meter aangemerkt. Tevens is de afstand tussen de perceelgrens van de inrichting en de woningen van Blokweg 9, Blokweg 7 en Blokweg 6 binnen een straal van 100 meter. Volgens jurisprudentie dient het college deze afstanden uit de VNG-brochure over milieuzonering1 te volgen. Alleen met deugdelijke, onderbouwde motivering en nader onderzoek kan hiervan worden afgeweken. Maar deze motivering en nader onderzoek ontbreken. Is het juist dat het besluit daarom in strijd is genomen met artikel 3:46 Algemene Wet Bestuursrecht, omdat de afstanden (gemeten van het hart van de installatie tot aan een woning), die moeten worden aangehouden voor geur 50 meter is en voor geluid 100 meter?

14. De aanvrager geeft in de vergunningsaanvraag aan een bedrijfstype ‘Industrie’ te gaan exploiteren. Volgens dit bestemmingsplan kan het college niet zonder nader onderzoek en motivatie ‘industrie’ bouwwerken toestaan. Volgens de bouwtekeningen wordt het geplande gebouw ruim 14 (!) meter hoog. Het valt niet aan te merken als ‘bijgebouw’ bij een glastuinbouwbedrijf. Is het juist dat dit in strijd is met het huidige bestemmingsplan Oostland-Pijnacker (paragraaf 5.6). Zo nee, kunt u nader toelichten waarom niet?

15. In de beantwoording op onze eerdere vragen staat: ‘Wij beschikken niet over de door u gevraagde gegevens.’ Vrij vertaald: ‘wij weten ook niet precies wat we in deze gemeente plaatsen’. Op ons voorstel om hier met een technische medewerker van de leverancier van de centrale over te praten wordt niet eens ingegaan. Hoe kunt u nu een vergunning verlenen zonder te weten wat en waarvoor u het precies verleent?

16. Er zijn twee meetrapporten van de installatie in Ede aangevoerd door het college. De metingen zijn uitgevoerd door SGS (Socie?te? Ge?ne?rale de Surveillance). We weten echter niet of er in Ede daadwerkelijk een vergelijkbare ketel staat als die gepland is in Pijnacker. Zijn de emissiebeperkende technische

maatregelen daar echt hetzelfde als hier en is de installatie technisch gezien hetzelfde opgebouwd? Is ook de houtverwerkingssnelheid hetzelfde?

17. De fijnstof uitstoot in Ede is op basis van het eerste SGS meetrapport omgerekend op jaarbasis 444 kg per jaar. Geldt dit ook voor de installatie in Pijnacker?

18. In het rapport van RVO “Vrijwillige rapportage over houtige biomassa voor energieopwekking 2016” wordt niets gerapporteerd over fijnstof, NOx en SO2 emissie. Er wordt qua emissie enkel ingezoomd op CO2 reductie ten opzichte van andere energietechnieken. Die berekeningen gaan alleen op onder de voorwaarde van 100 procent herplanten van bomen, waarbij niet het aantal bomen gelijk moet zijn, maar de opname van CO2 door het nieuwe gewas gelijk moet zijn aan de uitstoot van de ketel. Hoe zit het met de uitstoot van de biomassacentrale in Pijnacker ten aanzien van fijnstof, NOx en SO2 en door wie wordt dat gemonitord? En hoe wordt de herplanting van bomen ter compensatie van de CO2 emissie gemonitord?

19. Waarom wordt er bij Questions and Answers (Q&A) van de gemeente alleen ingegaan op de bouwhoogte?

20. Bent u het met onze fracties eens dat de Q&A van de ondernemers niet (geheel) correct/volledig zijn?

A) Bij vraag 5 staat: "Deze eisen zijn zo scherp dat geen toename van fijnstof, roet en andere luchtverontreiniging is te verwachten". Gezien de meetrapporten van SGS die de gemeente ons verstrekt heeft, lijkt dat niet te kloppen. Hoe verklaart het college deze tegenstrijdigheden?

B) Bij pagina 4 bovenaan, controle bij het verbrandingsproces, is onze vraag: heeft de ondernemer wel de juiste kennis en expertise in huis om dit zelf te kunnen doen? En wie gaat de verbrandingsketel operationeel bedienen? Zijn er voorwaarden hieraan gesteld door de gemeente?

C) Bij vraag 8 staat: "Een groot deel van de reststoffen wordt verwerkt tot compost". Hoeveel kg compost is dat per jaar? Uit welke stoffen bestaat deze compost? Wat is de eindbestemming van de compost?

D) Bij vraag 8 staat verder: "Dit betreft vier verschillende technische voorzieningen, waaronder twee filters". Wat zijn die andere twee technische voorzieningen?

E) Hoe wordt de efficie?ntie van de twee filters gemeten en hoe vaak wordt gecontroleerd of de filters nog wel adequaat functioneren? Werken de filters bij stroomuitval? Zo niet, is er een noodmaatregel voorzien? Hoe vaak moeten de filters vervangen worden en wie gaat dat doen?

W. Mantjes -Schubart A.H.K. van Viegen

Fractievoorzitter Gemeentebelangen Fractievoorzitter Partij voor de Dieren