Bijdrage oordeels­vor­mende raad


16 juni 2022

Verordening

Beeldvormende vraag:

Ziet u op grond van het advies van de audit commissie – en dan met name de zin “Echter, artikel 213a-onderzoek doen op het moment dat ‘er behoefte aan is’, is niet de bedoeling van de wetgever.” - reden om de nieuwe verordening aan te scherpen of verwacht u dat de raad met een amendement hiervoor komt?

Oordeelvorming:

Op zich ben ik het ermee eens om niet meer jaarlijks een 213a onderzoek te doen, omdat de enorme toename van VICs (verbijzonderde interne controles) daar een prima vervanging voor is en ik niet van de werkverschaffing ben. Maar wat we moeten voorkomen is dat hierdoor in de verre toekomst ooit laksheid kan ontstaan, wanneer VICs bijvoorbeeld niet meer (zo veel) nodig zijn. De huidige verordening is daarom nu te vrijblijvend. Ik kan hier wel iets op verzinnen (een amendement), maar ga dat pas doen als het college niet zelf met een voorstel komt. Dus laten we de beeldvorming afwachten.

Langelandseweg 18 Nootdorp

De huidige eigenaren zijn opgegroeid in deze woning en hebben er hun jeugd doorgebracht. Hun vader heeft er tot aan zijn overlijden gewoond en dat maakt de huidige situatie waarin ze zijn beland heel begrijpelijk emotioneel en daar voelen wij in mee.

De woning heeft de bestemming bedrijfswoning, terwijl de huidige eigenaren geen binding meer hebben met het bedrijf, dat dit eerder is verkocht zonder deze woning.

De Partij voor de Dieren vindt het onverteerbaar dat in tijd van grote woningbehoefte al vele jaren een woning leeg staat, omdat niet wordt voldaan aan de eisen van bewoning als bedrijfswoning. En de enige mogelijkheid is om de woning niet te bewonen.

Als enige oplossing geeft de gemeente aan om de woning te verkopen aan één gegadigde, namelijk de buurman, zodat deze het als bedrijfswoning in gebruik kan nemen. Dat nog afgezien van het feit dat het niet reëel om het maar aan één gegadigde te kunnen verkopen.

Maar zelfs dat kan niet omdat maar één en hooguit één bedrijfswoning gebonden mogen worden aan het bedrijf en er zijn al 2 bedrijfswoningen verbonden aan het bedrijf. Zijn er uitzonderingsmogelijkheden en zo ja op grond waarvan?

We vragen het college om het bestemmingsplan te wijzigen zodat het mogelijk is de bestemming van ‘bedrijfswoning’ te wijzigen in ‘plattelandswoning’, zodat de woning weer bewoond kan worden. In het bestemmingsplan blijft de bestemming van de woning agrarisch, maar krijgt een aanduiding als 'specifieke vorm van agrarisch: plattelandswoning'. Hiervoor is dus een bestemmingsplanwijziging nodig. De aanwijzing kan ook plaatsvinden in de omgevingsvergunning waarbij afgeweken wordt van het bestemmingsplan. En mogelijk is er een beleidswijziging nodig. Graag een reactie van het college.

Een plattelandswoning is een voormalige agrarische bedrijfswoning die door derden, die geen functionele binding hebben met het bedrijf, mag worden bewoond. Dit is juridisch-planologisch mogelijk omdat aan de plattelandswoning een lager beschermingsniveau wordt toegekend dan aan een burgerwoning. De juridische regeling geeft ook aan dat de planologische status bepalend is voor de bescherming van een plattelandswoning. Voorheen was het feitelijk gebruik bepalend. En dat lijkt ons zeer reëel, omdat de ernaast gelegen woning dichter op het glastuinbouwbedrijf is gelegen en ook een woonbestemming heeft. De kopers van een dergelijke woning weten dan van tevoren dat er mogelijk overlast kan zijn van het achtergelegen tuinbouwbedrijf.

De discussie over de richtafstand van de woning tot het bedrijf is een lastige vanwege de andere meetmethode die het college hanteert t.o.v. de geldende regels dat bijgebouwen geen onderdeel uitmaken van de woning. Een onafhankelijk deskundige zou uitsluitsel kunnen geven. Kunt u een reactie geven op de richtafstand, zoals aangegeven door de inspreker.

Voorontwerpbestemmingsplan Verzamelplan 2022:

We kunnen instemmen met het in procedure brengen van dit verzamelplan.

Oordeel Kaderstellende notitie Omgevingsprogramma Groen in en om de kernen

Deze kaderstellende notitie bevat de inhoudelijke en procesmatige kaders die de raad meegeeft aan het college voor het opstellen van het Omgevingsprogramma Groen in en om de Kernen. Hiermee bepaalt de raad onder andere de inhoudelijke doelen, de reikwijdte, de omgang met participatie, en de opzet van dit omgevingsprogramma. Het omgevingsprogramma is één van de kerninstrumenten In de Omgevingswet.

Bescherming van bestaande natuurwaarden is voor mens en dier noodzakelijk om Pijnacker-Nootdorp ecologisch waardevol te houden.

Bij de beeldvormende vergadering heeft het college aangegeven dat veel nog nader wordt uitgewerkt, er wordt opgehaald wat nog mist en dat het document dat voorligt een kaderstelling betreft.

Maar het omgevingsprogramma is een collegebevoegdheid, dus welke invloed heeft de raad dan nog bij de uitvoering? We kunnen wel worden geconsulteerd en betrokken, maar het college is bevoegd, dus moeten we nu de kaderstelling helder weergeven waarmee het college aan de slag kan gaan.

Op een aantal punten willen we de kaderstelling aanscherpen.

  • ‘Dierenwelzijn’’ en ‘Natuur op de kaart’ als apart hoofdstuk opnemen in het Omgevingsprogramma.

De dierenwelzijnsnota en de nota ‘Natuur op de kaart’ worden verwerkt in het omgevingsprogramma Groen in en om de kernen. Door deze onderwerpen als aparte hoofdstukken te laten terugkomen in het omgevingsprogramma, wordt het transparanter en worden deze onderwerpen goed gemarkeerd. Hiermee wordt voorkomen dat het te diffuus wordt verweven in het Omgevingsprogramma, waardoor niet duidelijk is wat op deze thema’s wordt gedaan.

Op pagina 4: Groen in en om de Kernen is een thematisch omgevingsprogramma en omvat beleid voor de volgende onderwerpen. Hier willen we toevoegen:

  • Natuur (ecologie), inclusief ecologische verbindingszones, versterking biodiversiteit en landschap.
  • ‘Bomen’ vervangen door ‘gemeentelijk bomenbeleid, tiny forests en kapbeleid’.

Met deze toevoeging wordt de kaderstelling aangescherpt.

  • We zien graag als kaderstelling opgenomen een nadere uitwerking van ‘ontstening’ in onze gemeente. Dit draagt bij aan de aanpak van klimaatverandering, klimaatadaptie, en voorkoming van wateroverlast.
  • Monitoring van biodiversiteit

Om de kwaliteit van de natuur in onze gemeente te kunnen beoordelen is het nodig om deze goed te monitoren en zicht te krijgen op de stand van de biodiversiteit in onze gemeente. Daarom willen we een aanscherping van de kaderstelling.

  • Nadere uitwerking gemeentelijk paardenbeleid

In onze gemeente hebben we veel paarden in het groene buitengebied. Daarom is het van belang om een nadere uitwerking van gemeentelijk paardenbeleid als kaderstelling op te nemen.

  • Nadere uitwerking braakliggende terreinen om de natuur te versterken (tijdelijke natuur)

In onze gemeente zijn diverse braakliggende terreinen, waarbij er mogelijkheden zijn voor tijdelijke natuur. Vanuit de visie en nadere uitwerking ‘groen in en om de kernen’ willen we daarom een aanscherping van de kaderstelling.

  • Pagina 4 1e bullet: ‘Voldoende groen in de wijk’ wijzigen in ‘Voldoende kwalitatief groen in de wijk’:

Het gaat niet alleen om voldoende groen, maar ook om groen van goede kwaliteit, wat bijdraagt aan de biodiversiteit, het voorkomen van hittestress en een gezonde leefomgeving voor mens en dier. Daarom een aanscherping van de kaderstelling.

  • We zijn blij dat het college heeft aangegeven ook de Dierenbescherming als belangengroep mee te nemen, maar we willen het ook graag opgenomen hebben in de kaderstelling op pagina 7.

Is de wethouder bereid om de nota op de genoemde punten aan ta passen? Graag een reactie.

  • Verder zien we graag dat de jeugd als doelgroep wordt betrokken bij het participatietraject.

De jeugd heeft een groot belang bij een groene leefomgeving en het bijdraagt aan hun welzijn en gezondheid. Het is belangrijk om de betrokkenheid van de jeugd bij het groen in en om de kernen te vergroten. Jongeren zijn structureel ondervertegenwoordigd bij participatietrajecten en voor hen is de weg naar het gemeentehuis vaak lastig te vinden. Bovendien hebben jongeren nog geen stemrecht, maar ondervinden wel de impact van beleidskeuzes in de gemeenteraad. Kunnen we hier een toezegging op krijgen.

Voorzitter, dit was het voor de eerste termijn. Dank u wel.

Carla van Viegen
Raadslid Partij voor de Dieren
Pijnacker-Nootdorp

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer

Betrokken persoon

Carla van Viegen

Carla is sinds 2014 fractievoorzitter PvdD. Zij wil dieren, milieu en kwetsbare groepen een stem geven en de gemeente groener maken!