Biomas­sa­cen­trale


24 mei 2018

Weerstand omwonenden en inwoners

Er is door meer dan 3.500 inwoners een petitie getekend tegen de komst van de biomassacentrale aan de Molenlaan in Pijnacker en volgens media informatie zijn er ruim 500 bezwaarschriften ingediend tegen de vergunning. Hoe beoordeelt het college deze weerstand en hoe verhoudt dit zich tot het Hoofdlijnenprogramma ‘Verder in verbinding’?

Dat geeft onder meer het volgende aan:

‘Als gemeente is het belangrijk te begrijpen wat inwoners nodig hebben en daarbij willen we hun kracht en expertise benutten. Daar zien we een rol voor onszelf als volksvertegenwoordiger en voor het college in de uitvoering. We betrekken de samenleving (inwoners, ondernemers, (maatschappelijke) organisaties en verenigingen) bij het proces van besluitvorming. We willen dat de samenleving zowel raad als college begrijpt en kan volgen. Dat vraagt om interactie, om informatievoorziening (communicatie) en transparantie van zowel raad als college. Wij zijn duidelijk over welke rol wij innemen.’ Verderop staat: ‘Het college werkt vanuit partnerschap (co-creatie) samen met inwoners, (maatschappelijke) organisaties, verenigingen en ondernemers en is vanuit een open houding in verbinding.’

Wat is de verklaring van het college dat de weerstand van veel inwoners door de gemeente zo verkeerd is ingeschat?

Weigeringsgronden vergunningverlening

Op grond waarvan kan de vergunning worden geweigerd of ingetrokken?

Is het juist dat het besluit is genomen in strijd met artikel 3:46 Algemene Wet Bestuursrecht. Omdat de afstanden (gemeten van het hart van de installatie tot aan een woning), die moeten worden aangehouden voor geur 50 meter is en voor geluid 100 meter.

In de bouwtekening van Architectenbureau Oosterlaan3, behorend bij de aanvraag, is de afstand van de perceelgrens tot aan twee woningen (Blokweg 1 en Blokweg 5) minder dan 50 meter aangemerkt. Tevens is de afstand tussen de perceelgrens van de inrichting en de woningen van Blokweg 9, Blokweg 7 en Blokweg 6 binnen een straal van 100 meter.

Volgens rechterlijke uitspraken dient het college deze afstanden uit de VNG-brochure over

milieuzonering1 te volgen. Alleen met deugdelijke, onderbouwde motivering kan hiervan

worden afgeweken. Maar deze motivering ontbreekt. Is het College het met ons eens dat het besluit daarmee in strijd is met de Algemene wet bestuursrecht wegens een motiveringsgebrek en een gebrek aan nader onderzoek?

Advies Omgevingsdienst Haaglanden

Een door de gemeente gevraagd advies van de Omgevingsdienst Haaglanden (kenmerk ODH-2017-00131917, zaaknummer 00501871) is genegeerd, namelijk dat de bij de bioamassacentrale bijbehorendemilieuzoneringscategorie 3.2 is. Daarbij moeten de volgende afstanden (gemeten van de perceelgrens van de inrichtingtot aan de gevel van een woning) worden aangehouden: voor geur 50 meter envoor geluid 100 meter. Volgens de tekening behorend bij de aanvraag is de afstand van deperceelsgrens tot aan een woning (Blokweg 1) minder dan 50 meter en voldoet daarmee niet aan de gestelde eisen. Waarom heeft het college dit advies niet overgenomen?

Afvalhout in plaats van gecertificeerd hout

Er wordt aangegeven dat louter gecertificeerd hout wordt verbrand in de installatie. Het gaat om schoon en niet bewerkt afvalhout, afkomstig uit onder meer de verpakkingswereld (pallets) en de bouw zo hebben we vernomen. Wie garandeert dat dit alleen gecertificeerd hout is? Af en toe controle helpt niet. Ook de controle op het filter is onvoldoende! Daar kom ik zo nog op terug.

Vergunning in strijd met het Bestemmingsplan

De aanvrager geeft in de vergunningsaanvraag aan een bedrijfstype

Industrie’ te gaan exploiteren. Dit is in strijd is met het huidige bestemmingsplan

Oostland-Pijnacker (paragraaf 5.6). Volgens dit bestemmingsplan kan het college

niet zonder nader onderzoek en motivatie ‘industrie’ bouwwerken toestaan. Volgens de

bouwtekeningen wordt het geplande gebouw 14 (!) meter hoog. Het valt dus niet aan te merken als ‘bijgebouw’ bij een glastuinbouwbedrijf. Graag een reactie van het college hierop!

In strijd met provinciaal standpunt Zuid-Holland

Het provinciebestuur heeft in haar recente rapportage luchtkwaliteit voorgesteld om, in relatie met de energietransitie, te kijken hoe de industrie en huishoudens kunnen worden geholpen om daadwerkelijk van fossiele brandstoffen af te komen, waarbij deze zo min mogelijk overgaan op het stoken van biomassa. Mocht biomassastook toch nodig zijn, dan moet dit gepaard gaan met de nodige nageschakelde technieken. Verder wordt in de rapportage vermeld dat in september 2017 een bijeenkomst is georganiseerd voor gemeenten om hen te informeren over de gezondheidseffecten van houtstook en de aanpak van overlast door houtstook. Als vervolg zal worden bekeken hoe houtstook kan worden afgeremd.”

Het provinciebestuur heeft in antwoord op vragen van de Partij voor de Dieren geantwoord het niet wenselijk te vinden dat er in het kader van de energietransitie wordt overgegaan op biomassastook; vooral bij cumulatie van biomassa verbrandingsinstallaties zou dit tot overschrijdingen van de luchtkwaliteitsnormen kunnen leiden. Biomassa WKK’s, maar ook de biomassastook bij de industrie kunnen zo wel zorgen voor een dikkere fijnstofdeken en hogere stikstofdepositie over Zuid-Holland en op deze manier neemt ook de kans op wintersmog weer toe. Het provinciebestuur kan echter nu nog niet op basis van de huidige milieuwetgeving tegenhouden dat een tuinder een aanvraag indient voor een biomassa stookinstallatie, maar zal wel met gemeenten, met de sector en met het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat in gesprek gaan om deze ontwikkeling te keren. Graag uw reactie op dit provinciale standpunt en de te nemen acties, want de biomassacentrale in Pijnacker strookt dus totaal niet met het provinciale beleid dat wordt ingezet. Hebt u überhaupt hierover contact gehad met de provincie om de aanvraag vanuit een breder perspectief te bezien en hebt u zich nader verdiept over de bredere impact? Zo nee, waarom niet en zo ja op welke wijze?

Volksgezondheid en milieu

Wetenschappelijk is aangetoond dat houtstookinstallaties, zowel industrieel als particulier, nadelige gevolgen hebben voor de volksgezondheid en het milieu. Mensen met COPD en astma zullen zelfs extra overlast ondervinden van de verslechterde luchtkwaliteit.

Er zijn internationale rechterlijke uitspraken, die gevolgen hebben voor de landelijke wet- en regelgeving. Zijn deze uitspraken meegewogen in de vergunningverlening? Bent u er zich van bewust dat volgens die jurisprudentie een overheid een onderzoeksplicht, een waarschuwingsplicht en een zorgplicht heeft met betrekking tot gevaarlijke situaties, zoals een verslechterde luchtkwaliteit?

Beantwoording vragen Partij voor de Dieren

De beantwoording van onze vragen vindt de Partij voor de Dieren benedenmaats. Er staat ‘Wij beschikken niet over de door u gevraagde gegevens.’ Oftewel ‘wij weten ook niet precies wat we in deze gemeente plaatsen’. Op ons voorstel om hier met een technische medewerker van de leverancier van de centrale over te praten wordt niet eens ingegaan. Hoe kunt u nu een vergunning verlenen zonder te weten wat en waarvoor u het precies verleent? Graag een reactie. En wilt u zich inzetten om deze gegevens alsnog aan ons te verstrekken. Wij hebben deze informatie nodig om ons een exacter beeld te vormen van de meer nauwkeurige effecten.

Er zijn twee meetrapporten van de installatie in Ede aangevoerd door het college. De metingen zijn uitgevoerd door SGS (Société Générale de Surveillance). Dat bedrijf is bekend als onafhankelijk en deskundig, dus hebben we geen twijfel bij de uitkomsten van het meetrapport. Wat we echter niet weten is of er in Ede daadwerkelijk een vergelijkbare ketel staat als die gepland is in Pijnacker. Zijn de emissiebeperkende technische maatregelen daar echt hetzelfde als hier? Is de installatie technisch gezien hetzelfde opgebouwd? Is ook de houtverwerkingssnelheid hetzelfde?

De uitstoot in Ede is op basis van het eerste meetrapport omgerekend op jaarbasis 444 kg per jaar. Geldt dit ook voor de installatie in Pijnacker?

Kan de wethouder antwoord op deze vragen geven?

(Onder de aanname dat het echt vergelijkbare installaties zijn, valt op dat ketel nummer 1 een 5x hogere uitstoot heeft dan ketel nummer 2, de reden is mij niet bekend (bv. technisch probleem met een filter? En zo ja, hoe lang duurt het voordat iemand dat merkt?). Uitgaande van de slechtste ketel (no. 1) is de fijnstof uitstoot 10,3 mg/m3 rookgas. Het normale debiet is 4922 m3/uur. De ketel staat altijd aan, oftewel 24*365 = 8760 uur/jaar. Als je alles vermenigvuldigt en omzet naar kilogram is de jaarlijkse fijnstofuitstoot van deze ketel: 444 kg/jaar. Voor NOx (stikstofoxides) en SO2 (zwaveldioxide) kun je deze berekening ook doen (NOx: 8365 kg/jaar, SO2: 478 kg/jaar). Alles is relatief en het is veeeeel minder dan bij verbranding van kolen, maar om het verwaarloosbaar te noemen voor de directe omgeving? Ik mis trouwens nog de uitstoot van CO2 die nog een veelvoud hiervan zal zijn, maar dat zal niet in de opdracht aan SGS gezeten hebben.)

In de rapporten van SGS wordt niets gerapporteerd over fijnstof, NOx en SO2. Er wordt qua emissie enkel ingezoomd op CO2 reductie ten opzichte van andere energietechnieken. Die berekeningen gaan alleen op onder de voorwaarde van 100 procent herplanten van bomen, waarbij niet het aantal bomen gelijk moet zijn, maar de opname van CO2 door het nieuwe gewas gelijk moet zijn aan de uitstoot van de ketel. Ik vraag me af wie dat monitort...Ook hier graag een reactie van het college.

Questions and Answers (Q&A) van de gemeente

Daar kunnen we niet zoveel mee, want hier zie je alleen de bouwhoogte op en verder niets.

Questions and Answers (Q&A)van de ondernemer

We hebben ook hier een aantal vragen over.

1) Bij vraag 5 staat: "Deze eisen zijn zo scherp dat geen toename van fijnstof, roet en andere luchtverontreiniging is te verwachten". Maar dat is dus niet waar als je naar de meetrapporten van SGS kijkt die de gemeente ons verstrekt heeft.

2) Bij pagina 4 bovenaan, controle bij het verbrandingsproces, hebben we de vraag: Heeft de ondernemer wel de juiste kennis en expertise in huis om dit zelf te kunnen doen? En wie gaat de verbrandingsketel eigenlijk operationeel bedienen?

3) Bij vraag 8 staat: "Een groot deel van de reststoffen wordt verwerkt tot compost". Hoeveel kg is dat per jaar? Uit welke stoffen bestaat deze compost? Wat is de eindbestemming van de compost? (oftewel hoe vervuilend is die compost eigenlijk)?

4) Bij vraag 8 staat verder: "Dit betreft vier verschillende technische voorzieningen, waaronder twee filters" Mijn vraag is: wat zijn die andere twee voorzieningen? Hoe wordt de efficiëntie van de filters gemeten en hoe vaak wordt gecontroleerd of de filters nog wel werken? Hoe vaak moeten de filters vervangen worden en wie gaat dat doen? (oftewel, als je een 'schone' fabriek hebt, maar je gebruikt hem niet goed door onkunde, onjuist gebruik of slecht onderhoud, kan het alsnog een heel 'vuile' fabriek worden).

Gezondheidsrisico’s, welzijn, luchtvervuiling en effecten op milieu

Monitor brede Welvaart

In de eerste Verkenning Brede Welvaart is door de drie planbureaus (PBL, CPB en SCP) onderzocht welke rol de transitie naar een circulaire kan spelen voor de brede welvaart. Brede Welvaart is erop gericht om het gebruik van primaire grondstoffen te verminderen, hergebruik en recycling te bevorderen en de afvalproductie te beperken met aandacht voor de 3 p’s: people, planet en prosparity. Uit het rapport blijkt dat de afgelopen decennia het circulair-economisch beleid vrijwel uitsluitend bestond uit afvalbeleid met enkel kwantitatieve doelstellingen. Dat beleid was dus vooral gericht op het eind van de productketen. De uitdaging ligt nu vooral aan het begin van de keten, kwaliteit, vermindering van het gebruik van primaire grondstoffen, zoals hout voor verbranding, het meer circulair ontwerpen van producten en het langer gebruiken van producten. Het gaat hierbij vooral om milieuschade als gevolg van de uitstoot van broeikasgassen en van luchtverontreinigende emissies zoals fijnstof en stikstofoxiden te beperken.

Rapport en advies RIVM

Uit recente publicaties van het RIVM is gebleken dat door de provincie Zuid-Holland in haar laatste luchtkwaliteitrapport gewaarschuwd wordt voor de gevolgen van de uitstoot van biomassacentrales en houtrook, zoals gevaar voor de gezondheid van mens en dier en het milieu. Ook longartsen onderschrijven in een brief het gevaar, voor mensen met COPD en astma. Hoe beoordeelt u dit in relatie tot de vergunning voor de biomassacentrale?

Is het college bekend met de Kamervragen vande Partij voor de Dieren en GroenLinks in mei 2018 aan de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat en de Minister van Economische Zaken en Klimaat over het bericht dat de stook van biomassa, zowel industrieel als particulier, zorgt voor een flinke toename van fijnstof? En hoe beoordeelt u dit in relatie tot de vergunning voor de biomassacentrale?

Is het college bereid om in gesprek te gaan met de initiatiefnemers om een andere vorm van energievoorziening dan de biomassacentrale te bespreken? Zo nee, waarom niet?

Precedentwerking

Als het college dit project op deze gronden (een bouwvergunning is immers voldoende)

doorgang kan vinden, wordt er een precedent geschapen voor andere bedrijven om nieuwe biomassacentrales te gaan bouwen. De PvdD vindt dit onwenselijk. Is het college dit met ons eens en zo nee, kunt u dit nader beargumenteren?

Leerproces

Onze laatste vraag is of het college met een volgende dergelijke aanvraag hetzelfde omgaat of wordt er anders mee omgegaan? Zo nee, waarom wordt er niet van deze casus geleerd en zo ja, watis er geleerd en hoegaat het college (anders) om met een volgende aanvraag?