Aanvul­lende beeld­vor­mende vragen naar aanleiding van de oordeels­vor­mende Raad


Indiendatum: 18 nov. 2022

Ik wil graag de maatwerktoepassing van de richtlijnen van een woning tot een bedrijf in milieucategorie 2 van de gemeente goed begrijpen. Ik heb daarover nog een paar vragen, die ik eerst zal toelichten.

In het bestemmingsplan Oostambacht 2017 staat het volgende over richtafstanden:

‘De VNG-publicatie kent twee omgevingstypen:

1) een rustige woonwijk/rustig buitengebied en
2) een gemengd gebied.

Een rustige woonwijk is een woonwijk, ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies voor. Een vergelijkbaar omgevingstype qua aanvaardbare milieubelasting is een rustig buitengebied. Naast deze omgevingstypen kent de VNG-publicatie ook het omgevingstype gemengd gebied. Dit is een gebied met matige tot sterke functiemenging. Hieronder vallen ook de lintbebouwing in het buitengebied (met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid) en gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen. De aan de milieucategorie gerelateerde richtafstanden gelden ten opzichte van het omgevingstype rustige woonwijk/rustig buitengebied. Bij het omgevingstype gemengd gebied kunnen de richtafstanden met één afstandsstap worden verlaagd (zie onderstaande tabel). Milieucategorie Richtafstand tot gemengd gebied (waarvan sprake is bij Industrieweg 12 in Nootdorp) milieucategorie 2.’

In de stukken van het verzamelplan 2022-2023 bij de omzetting van ‘bedrijfswoning’ naar ‘burgerwoning’ van Industrieweg 12 staat het volgende:

‘De gemeente Pijnacker-Nootdorp zou graag een advies ontvangen op basis waarvan men kan besluiten om aan de woning een ‘gewone’ bestemming ‘wonen’ toe te kennen. Daarbij is het de bedoeling om de toegestane milieucategorie van omliggende bedrijven af te stemmen op de feitelijke bedrijfsactiviteiten en de toelaatbare milieucategorie op termijn naar dat niveau terug te brengen.’

In het advies van Aveco De Bondt staat het volgende:

‘Wanneer de ‘bedrijfswoning’ als ‘burgerwoning’ wordt bestempeld zal de woning vanwege de ‘nieuwe’ functie weer strikt aan de richtafstanden van omliggende bedrijven getoetst moeten worden. Met name de direct omliggende locaties waar bedrijvigheid in maximaal milieucategorie 2 (richtafstand 10 meter in gemengd gebied) is toegestaan, vormen hierbij een knelpunt omdat deze op minder dan 10 meter van de woning zijn gelegen.

Toekennen van woonbestemming aan bedrijfswoningen.

In de stukken staat: ‘Zoals gezegd biedt de VNG handreiking ‘Bedrijven & milieuzonering’ op deze specifieke situatie geen uitkomst omdat het hier om een historisch gegroeide situatie gaat. De woning kan dus niet volledig worden beschermd tegen de omliggende bedrijven als bedrijfswoning. Vraag is of dit bij het omzetten naar een burgerwoning op deze locatie dan wel zo zou moeten zijn.

Goed woon- en leefklimaat

Naast het beoordelen of de omzetting naar burgerwoning een belemmering oplevert voor omliggende bedrijven moet ook worden beoordeeld of bij en in de woning kan worden voldaan aan een goed woon- en leefklimaat. Hiermee is niet de planologische en theoretische situatie aan de orde, maar moet ook worden gekeken naar de feitelijke situatie tussen woning en bedrijven. Hierbij mag uit worden gegaan van de richtlijnen van de VNG, waardoor alleen de direct omliggende bedrijven van milieucategorie 2 onderzocht moeten worden. Indien de milieubelasting vanuit de naastgelegen bedrijven onder de wettelijke normen blijft staat niks een omzetting van bedrijfswoning naar burgerwoning in de weg. Indien de waarden worden overschreden zal er of een bouwkundige oplossing moeten worden gezocht om de woning en de bedrijfsactiviteiten nog beter te scheiden in verband met milieubelasting (geluid, geur, stof, veiligheid) of er moet handhavend worden opgetreden tegen de geconstateerde overschrijding. In beide gevallen zou je daarmee een goed woon- en leefklimaat kunnen creëren.

De wethouder heeft aangegeven dat het college zelf kan beslissen of ze op een bepaalde locatie tot omzetting van een ‘bedrijfswoning’ naar ‘burgerwoning’ en qua regels maatwerk kan toepassen.

De schijn van willekeur moet voorkomen worden en daarom is het belangrijk dat helder kan worden aangegeven welke afwegingen en beoordelingen zijn gemaakt bij keuzes om wel of niet te voldoen aan de gestelde richtlijnen van de VNG.

Naar aanleiding van de bespreking in de oordeelsvormende raad en de bovenstaande toelichting heb ik nog de volgende vragen.

Vragen:

  1. Welke inhoudelijke zorgvuldige afwegingen en beoordelingen zijn gemaakt en hoe verantwoordt het college dat de bedrijfswoning aan de Langelandseweg 18 in Nootdorp WEL aan de richtlijn van 10 meter moet voldoen en de Industrieweg 12 in Nootdorp NIET, terwijl de naastliggende bedrijven onder dezelfde milieucategorie vallen?
  2. Blijft de milieubelasting vanuit de naastgelegen bedrijven onder de wettelijke normen en zo ja, op basis waarvan is dat vastgesteld? Zo nee, is de conclusie juist dat niet wordt voldaan aan de eisen? Wordt er in dat geval een bouwkundige oplossing gezocht of wordt er dan handhavend opgetreden? En als ervoor een bouwkundige oplossing wordt gekozen, waar bestaat die dan uit?

En een verhelderende vraag over de bestemming ‘tuin’

De wethouder heeft tijdens de oordeelsvormende vergadering aangegeven dat binnen de bebouwde kom tuin als ‘tuin' kan worden bestemd en buiten de bebouwde kom als ‘woning’. Zuideindseweg 37 ligt buiten de bebouwde komen, maar daar is wel de tuin als ‘tuin' bestemd. Hoe zit het nu?

Carla van Viegen

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer

Betrokken persoon

Carla van Viegen

Carla is sinds 2014 fractievoorzitter PvdD. Zij wil dieren, milieu en kwetsbare groepen een stem geven en de gemeente groener maken!